Beelddenkers

Wij worden allemaal als beelddenkers geboren. Als je ouders naar je lachen dan doe je dat als baby na.
Woorden versta je op dat moment nog niet maar je kunt je ouders na enkele weken al wel imiteren.

Als je als kind ouder wordt ga je ook taal inzetten en komt er een gezonde balans tussen taal en beeld. Kinderen van nu lopen steeds vaker tegen problemen aan omdat hun beelddenken sterker is dan hun taaldenken.
Deze groep kinderen kan moeiteloos aan een heerlijk ijsje denken, terwijl de meesten van ons het woord in taal zien en bedenken daarna pas hoe het ijsje er visueel uit ziet.

Ik heb ervaren dat kinderen met leesproblemen, ondanks het veelvuldig oefenen, gefrustreerd raken omdat er te weinig tot geen vooruitgang wordt geboekt.
Ook ouders die avond aan avond oefenen, raken gedemotiveerd, omdat de eerder gecorrigeerde woorden wederom fout worden gelezen door het kind.

Ooit gehoord van een beelddenker?
Neem woorden zoals: de, het, een, die, deze, dat of daar.
De beelddenker heeft geen plaatje bij bovenstaande woorden.
Deze kinderen moeten eerst leren de letters te voelen en uitbeelden om vervolgens een plaatje in hun hoofd te maken. Daarna zal het pas lukken om het woord te onthouden. Als je aan een kind vraagt denk aan het woord stoel dan zien de meeste kinderen de letters stoel voor zich, maar een beelddenker ziet een plaatje van een stoel.

Beelddenkers zijn vaak gedesoriƫnteerd door hun oriƫntatiepunt vast te zetten kunnen ze zich weer beter focussen op hun dagelijkse bezigheden.